Een ziek familielid tijdens detentie

16/09/2021

Het is deze maand alweer twee jaar geleden dat mijn lieve opa dit leven verliet. Ik neem mezelf al maanden voor om over deze periode een artikel te schrijven, maar vanwege de gevoelens die het bij me oproept kon ik mezelf er niet toe zetten. Ze zeggen dat de tijd alle wonden heelt, maar in het geval van overlijden blijft er denk ik altijd een litteken achter wat af en toe steekt. Ik heb dus besloten nu maar gewoon te gaan schrijven. Ik vind het belangrijk dat deze kwestie bespreekbaar wordt gemaakt én ik hoop dat ik met dit verhaal een discussie kan openen tot verbetering van het huidige beleid. Het was een nachtmerrie die werkelijkheid werd.  

Mijn opa was een hele lieve man. Al jong getrouwd met mijn oma, hield van zijn gezin en was trots op zijn carrière als officier voor de Nederlandse Luchtmacht. Zo statig als zijn voorkomen soms leek, was hij een echte familieman. Mijn vader was degene in het gezin die alles net even anders deed. Hij was dan ook degene die zijn daden moest bekopen met een gevangenisstraf. Dat terzijde hoefde je bij mijn opa geen slecht woord over mijn vader te spreken.

Het was de grootste nachtmerrie van mijn vader dat zijn vader of moeder iets overkwam terwijl hij in detentie zou zitten. Het was een van de redenen dat hij in cassatie wilde gaan, maar onder andere ik hield dat tegen. Ik kon de onzekerheid na al die jaren niet meer aan. Ten slotte zou de cassatie alleen maar zorgen voor uitstel en geen afstel.  

Nog geen twee maanden nadat hij zich moest melden, kreeg ik een telefoontje van mijn tante dat het niet goed ging met mijn opa. Hij had kanker, maar over de vorm was nog weinig te zeggen. Toen wist ik half nog niet welke ellende dat met zich mee zou brengen.

Hoe ga je dat in hemelsnaam vertellen aan je gedetineerde vader? Zijn nachtmerrie werd werkelijkheid. Het was het rampscenario wat hij zelf waarschijnlijk al honderd keer in zijn hoofd had afgespeeld en ik was notabene degene geweest die zo graag wilde dat hij zijn straf zou uitzitten. Ik weet geen eens meer hoe ik het verteld heb. Mijzelf kennende waarschijnlijk hartstikke nuchter en onder het mom van ‘het komt vast goed, maak je geen zorgen.’ Dat terwijl mijn onderbuikgevoel allang zei dat het niet goed zat.

De weken daarna ging mijn opa steeds sneller achteruit, al probeerde hij zich groot te houden. Elke week vroeg hij weer: ‘Hoe is het met je vader? Gaat het hem goed? Hoe gaat het met zijn gezondheid? Eet hij goed? Heeft hij wel geld op zak? Als je ook maar iets nodig hebt, dan moet je het zeggen.’ Mijn vader ging toen der tijd eenmaal in de maand 2 dagen met verlof dus zo kon hij toch af en toe zijn vader bezoeken. So far, so good. Ik probeerde er zoveel mogelijk te zijn. Zo hoopte ik het gemis van zijn zoon een beetje op te vullen en mijn vader de rust te gunnen dat alles onder controle was.

Al snel bleek dat de kanker helemaal was uitgezaaid en dat het een kwestie van tijd was voordat zijn lichaam het zou begeven. Naar mate mijn opa slechter werd, des te meer hij aan mij begon te vragen wanneer mijn vader weer op bezoek zou komen. Ik legde hem telkens weer uit dat hij voorlopig niet vrij zou komen en dat het een aantal weken zou duren voordat hij weer kwam. ‘Maar, je moet ze zeggen dat ik ziek ben. Ik ga dood.’ Duidelijke taal voor een man van weinig woorden. De woorden die voor altijd in mijn geheugen geschrift staan.

Ik heb daadwerkelijk alles geprobeerd. Er is geen duidelijke handleiding voor en je wordt van het kastje naar de muur gestuurd. Je voelt je op zo’n moment zo ontzettend machteloos. Je bent gewoon een nummer dan kan aansluiten in de rij. Voor hen doet het er niet toe, maar voor ons was het heel belangrijk. Er was geen tijd. Het was een kwestie van leven en dood.  

Uiteindelijk bleek dat een tijdelijke strafonderbreking (SOB) niet relevant was, want hij had nog zussen die voor mijn opa konden zorgen. Mijn oma was daar vanwege haar dementie toen al niet meer tot in staat. Incidenteel verlof was ook niet aan de orde, want het was niet noodzakelijk genoeg. Er een advocaat op zetten en bezwaar aantekenen had weinig nut, gezien de tijd die daar overheen zou gaan. De privacy wetgeving werkte ook niet mee. Vanwege die wetgeving moest mijn opa meermaals tekenen dat zijn medische gegevens gedeeld mochten worden. Deze man had nauwelijks kracht om te ademen, laat staan om een handtekening te zetten. Hij wilde gewoon zijn zoon zien. Ook de communicatie tussen de DJI en de huisartsen kostte veel tijd.  

Het was op een vrijdag ochtend dat ik bij mijn opa op bezoek ging en hij mij weer smeekte dat hij graag zijn zoon nog wilde zien. Ik heb toen de huisarts gebeld dat zij zo snel mogelijk met een verklaring moesten komen, zodat ik die naar het DJI kon sturen als bewijs dat het echt heel slecht ging met mijn opa. Het begrip van de huisarts assistente daalde toen zij begreep dat mijn vader gedetineerd was: ‘Wilt je opa dat hij naar huis komt?’ Het was moeilijk en ingewikkeld voor de praktijk om hierin bij te staan en volgens haar kon zijn overlijden nog weken duren.

Ik heb niet naar haar geluisterd, maar heb mijn gevoel gevolgd. Ik weet oprecht niet meer hoe ik het voor elkaar heb gekregen, maar zo wanhopig als ik me intussen al voelde is het met bloed, zweet en tranen uiteindelijk gelukt om mijn vader een weekend eerder met (vervroegd) weekendverlof te krijgen. Ik ben in de aanloop naar zijn verlof iedere avond bij mijn opa op bezoek gegaan en dan vertelde ik hem hoeveel nachtjes hij nog moest slapen voordat hij zijn zoon zou zien.

Het weekend dat mijn vader kwam, was mijn opa nog nauwelijks aanspreekbaar. Het was eigenlijk al te laat, maar ze hebben nog wat tijd met elkaar kunnen doorbrengen. Mijn opa heeft geweten dat mijn vader is geweest. Nog geen 48 uur na het afscheid met mijn vader heeft mijn opa het leven verlaten.

Ik kan niet beschrijven hoe het voelde toen ik mijn vader op moest bellen met de tekst dat zijn vader was overleden. Ik voel die pijn nog steeds. De inrichtingsmedewerker vroeg nog: ‘Weet je zeker dat je dit nu wil vertellen? We gaan zo de nacht in.’ Alleen ik had met hem afgesproken dat ik het hem direct zou laten weten als het zover was. De stilte aan de andere kant van de lijn, het verdriet van het overlijden van mijn opa, het verdriet dat ik niet met mijn vader kon delen, het verdriet dat mijn vader daar in zijn cel moest verwerken dat zijn vader het leven had verlaten, geen familie om zich heen én het verdriet dat mijn opa is heen gegaan en mijn vader daar niet bij kon zijn. Het was een moeilijke tijd.

Ik vraag me vaak of hoe het anders had kunnen lopen. Natuurlijk heeft mijn opa een mooie leeftijd bereikt, maar de manier hoe alles is gegaan doet zeer. De vraag of mijn opa wel in vrede heeft kunnen gaan. Of ik het misschien beter of anders had kunnen doen. Hoe het was gelopen als mijn vader wel in cassatie was gegaan. Ze zeggen dat alles gebeurt met een reden, maar in deze begrijp ik het tot op de dag van vandaag niet. De machteloosheid zal me altijd blijven achtervolgen.

Al had mijn vader nog 1 jaar extra moeten zitten voor een paar weken verlof, hij had het er voor over gehad. Ook hij wilde niets liever dan tijd doorbrengen met zijn vader. Kunnen zorgen, er kunnen zijn. Niet alleen voor zijn vader, maar ook voor de rest van de familie. En ik begrijp echt wel dat het in bepaalde situaties niet mogelijk is en dat in sommige gevallen het delict zwaarder weegt. Ik vind alleen dat er beter naar individuele situaties moet worden gekeken. Er sneller kan worden gehandeld, want de dood die wacht niet. Niet alleen in het belang van de gedetineerde, maar voornamelijk in het belang van de achterblijvende familie.

Ik had het mijn opa zo gegund.